Preek van de week
Liturgische kalender
  Prekenlijst Uw commentaar

   forum    webmeester

Geloven in de opstanding (II)
17 maart - 5de vastenzondag (Johannes, 11:1-44)

 

De tijd van de vaste zekerheden en de eeuwige waarheden, als geestelijke kathedralen oprijzend, lijkt voorbij. Eeuwenlang leefde de mens tussen de hemel en de aarde en bewoog zijn denken zich tussen 'boven' en 'onder'. In premoderne tijden werd het eeuwige leven aangeprezen, ja zelfs beloofd en aangekondigd. Er was een 'godsverlichting' die de schaduwen van het leven zin gaf en 'oploste' in een wereld van harmonie, heilseconomie en zaligmakende voorbestemming. n de huidige postmoderne tijd beleven wij het einde van de grote zinstichtende verhalen, inclusief dat over de hemel.
Er was een tijd dat mensen geloofden dat de kusten van de aarde
raakten aan de oevers van de hemel.
Maar de hemel is sinds enkele decennia in duisternis gehuld en zijn Eigenaar is volgens de enen verhuisd, volgens de anderen gestorven. In de 21steeeuw zijn veel vaste zekerheden ont-ankerd en veel overtuigingen zijn gaan zwalpen.


Ook al hebben mensen altijd twijfelend nagedacht en nadenkend getwijfeld, het is het soms gruwelijk privilege van de mens te leven in het bewustzijn dat hij sterfelijk is. De realiteit van de dood, die zekerheid eens te moeten sterven: voor de enen een verre, onwezenlijke mogelijkheid, voor anderen een meer nabije, onontkoombare zekerheid. Hoe dan ook, in alle tijden hebben mensen deze zekerheid, dit intieme weten als een enorm vraagteken in hun diepste zelf met zich meegedragen. Sinds mensenheugnis is er een ononderbroken, niet-aflatende tweespraak van het leven met de dood. Bij die eeuwige tweespraak heeft zich in Jezus - van Godswege - een stem gevoegd die in taal en teken het levensgrote mysterie van de dood openbrak en een eeuwigheidsdimensie gaf. Een stem die daarover een waarheid wil laten oplichten die niet te verklaren en evenmin te begrijpen valt want ze onttrekt zich aan wetenschappelijke observatie en verificatie. Een waarheid zoals de terminaal zieke Anielle het verwoordde :"Ik geloof niet dat wij terug te brengen zijn tot een handjevol atomen. Wat betekent dat er meer is dan materie alleen; laten we het ziel noemen, of geest, of bewustzijn. Ik geloof in de eeuwigheid daarvan."

Staande voor de dood, die splinter in het hart van onze menselijke natuur, zegt Jezus: "Wie in Mij gelooft, zal leven ook al is hij gestorven, en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven." Zo zegt Jezus tot Martha die rouwt om haar gestorven broer Lazarus. In Jezus' woorden wordt een waarheid uitgedrukt die alle filosofieën overstijgt en alle mythen over de bestemming van mens en wereld achter zich laat. Een waarheid die ook botst met onze kritisch-rationele en wetenschappellijk-technische mentaliteit. Een waarheid die bij Johannes be-teken-is krijgt in het verhaal van de opwekking van Lazarus. De nadruk ligt immers op het teken dat Jezus stelt. Maar tekenen veronderstellen geloof en willen ook tot dieper geloof brengen. Geloven, louter om de wonderwerken die Jezus doet, is onvoldragen, gehalveerd geloof. Dat Jezus Lazarus uit de dood terugroept zal ook de oorzaak worden van Jezus' kort daaropvolgende executie. Dat voert Johannes in zijn evangelie op tot een dramatische paradox: van Jezus die leven schenkt zal het leven worden afgenomen.

Maar voor Johannes is dit juist Jezus' verheerlijking.

Misschien is de relatie tot de dood nog nooit zo pover geweest als in deze tijd waarin mensen, in hun haast om te leven, dit mysterie uit de weg lijken te gaan. Zij maskeren de dood alsof het om iets schandelijks en afstotelijks gaat. Hoewel wij er dagelijks over horen, de dood wordt vaak verdrongen. Dat leven dodelijk is wordt ervaren als een levende ongerijmdheid. Het vervult de mens met een existentieel delirium: hij moet dus sneller leven, want het leven duurt maar even.
De dood verandert het leven in een lot voor de gelatenen, in een noodlot voor de zwartgalligen, in een bestemming voor de gelovigen. Gelovigen proberen zicht te krijgen op die bestemming. Maar de dood voert ook naar de kern van de enige en ware vraag : wat is de zin van mijn leven nu?

Al heeft de psychoanalyse besloten dat met de dood niet te werken valt, het eeuwige gesprek van het leven met de dood wordt daardoor niet het zwijgen opgelegd. In dat gesprek neemt het opwekkingsverhaal van Lazarus een eigen plaats in want het getuigt indringend over het geloof in de verrijzenis. Dat is tenslotte de hele geloofsbelijdenis van de vier evangelisten over Jezus: Hij is de verrijzenis en het leven.

Ik besluit met een diepzinnig en aangrijpend vers van Johann Wolfgang von Goethe:

" Zolang je dit niet hebt begrepen :
dat je moet sterven om te worden,
ben je slechts een trieste gast
op deze donkere aarde."

H. Van Tulder o.p.