Preek van de week
Liturgische kalender
  Prekenlijst Uw commentaar

   forum    webmeester

Patroon van de vluchtelingen
30 december - H. Familie (Mattheüs, 2:13-15. 19-23)

 

 "Toen de magiërs de wijk genomen hadden, verscheen aan Jozef in een droom
een engel van de Heer, die zei:
Sta op, neem het kind en zijn moeder mee en vlucht naar Egypte,
en blijf daar tot ik u waarschuw." (Mattheüs, 2:13)


Het verhaal over de 'vlucht naar Egypte' vertoont veel punten van overeenkomst met de evangelielezing van de vierde zondag van de advent. Daarin wordt beschreven dat Jozef bereid was zijn verantwoordelijkheid voor Maria en het kind dat zij droeg, op te nemen nadat een engel hem in een droom had gerustgesteld. In de preek voor dat weekeinde kunt u lezen dat zo'n verhaal geen ooggetuige-verslag is maar een geloofsbelijdenis-in-verhaalvorm. Om duidelijk te maken dat in Jezus God zelf binnentreedt in de mensengeschiedenis - iets waarvoor de gebruikelijke mensentaal geen woorden heeft - laat Mattheüs Jezus geboren worden op een manier die indruist tegen de natuurwetmatigheden van de menselijke voortplanting. 'Geboren uit de maagd Maria'.

Het verhaal over 'de vlucht naar Egypte' is ook zo'n geloofsverhaal. Om de volle rijkdom ervan te vatten moeten we ons ook nu in de huid van de evangelist verplaatsen. Niet zo eenvoudig in dit geval, want Mattheüs was een rabbijns geschoolde jood, die zijn Jezusboodschap verkondigde aan een joodse geloofsgemeenschap. En met die denkwereld zijn wij niet zo vertrouwd.

Religieuze joden zijn heel goed op de hoogte van het Oude Testament, want daarin wordt de geschiedenis van het joodse volk verhaald met zijn ups en downs, en hoe God, trouw aan het verbond dat hij in Abraham met zijn volk heeft gesloten, steeds voor zijn volk heeft gezorgd. Die God heeft, bij monde van de profeten, aan het joodse volk de Messias beloofd. In die context moet Mattheüs nu zijn Jezusboodschap gaan verkondigen, zijn volksgenoten ervan overtuigen dat Jezus de door de joden verwachte Messias was, dat in Jezus vervuld werd wat de profeten destijds hebben gezegd.

Voor ons misschien onverwacht, maar tegen die achtergrond is de sleutelzin van het verhaal over 'de vlucht naar Egypte': "Hij bleef in Egypte opdat in vervulling zou gaan wat de Heer gesproken had door de profeet: 'Ik heb mijn zoon geroepen uit Egypte'".

Over welke profeet gaat het? Een overbodige vraag, want voor zijn toehoorders was het evident dat Mattheüs hier de profeet Hosea citeerde (Hosea, 11:1). Maar in dat citaat slaat 'mijn zoon' niet op een individu maar op het hele volk van Israël. Hosea verwijst naar de uittocht van de Israëlieten uit Egypte onder leiding van de grootste profeet die het jodendom ooit heeft gekend, Mozes. Door dat citaat van Hosea op Jezus toe te passen presenteert Mattheüs Jezus als de nieuwe Mozes, de nieuwe redder van het volk, de Messias.

In zijn verhaal heeft de evangelist nog parallellen ingebouwd tussen Jezus en Mozes.

Over koning Herodes zijn we goed geïnformeerd dank zij Flavius Josephus, een joods geschiedschrijver uit die tijd. Het besluit om alle jongens van twee jaar en jonger in Betlehem en omgeving te doden, past wel bij het karakter van Herodes. Die man leed aan achtervolgingswaanzin en kon bijzonder wreed uit de hoek komen. Kort voor zijn dood heeft hij zijn drie zonen nog vermoord omdat hij hen ervan verdacht een greep naar de macht te willen doen. Maar over een eventuele kindermoord in Betlehem rept Flavius Josephus met geen woord. Er is ook geen andere historische aanwijzing in die richting. Waarschijnlijk heeft Mattheüs dat element in zijn verhaal ingevoegd als parallel met wat destijds Mozes was overkomen. U weet dat Mozes, door een list van zijn moeder, ontsnapt was aan de moord op alle joodse jongens waartoe de farao besloten had toen hij vond dat de Israëlieten te talrijk werden en een bedreiging begonnen te vormen (Ex. 1,10-2,15).

Door ook in Betlehem een kinderslachting te situeren kon Mattheüs Jezus naar Egypte laten uitwijken, en Hem vervolgens, net als het joodse volk onder leiding van Mozes en conform de profetie van Hosea, laten terugkeren naar het land van Israël.

Jezus, de nieuwe Mozes, de door de joden verwachte Messias die zijn volk komt bevrijden. Die Jezus, wil Mattheüs aan zijn joodse lezers en toehoorders verkondigen: een verkondiging in verhaalvorm, zoals in die tijd gebruikelijk. Met een sterk oud-testamentisch inkleuring waarmee Mattheüs de overtuigingskracht van het verhaal tegenover zijn joodse kerkgemeenschap versterkt.


Je kunt het verhaal over 'de vlucht naar Egypte' theologisch uiteenrafelen, maar je kunt dat verhaal ook in zijn geheel op je laten afkomen.

In dat geval is niet Jezus - de Messias, de nieuwe Mozes - de centrale figuur, maar Jozef.

Zodra Jozef van Godswege een seintje krijgt dat er gevaar dreigt, neemt hij het kind en zijn moeder en slaat, diezelfde nacht nog, op de vlucht. Volgens de traditie zou het gezin twee jaar als vluchteling en vreemdeling in Egypte geleefd hebben. Toen kreeg Jozef van de engel opnieuw te horen: "Sta op, neem het kind en zijn moeder", ditmaal om naar het land Israël te vertrekken. En weer doet Jozef onmiddellijk wat de Heer hem opdraagt.

Terug thuis in Betlehem, blijkt dat het onder Archelaüs, de opvolger van Herodes als koning van Juda, evenmin veilig is. Na een nieuw seintje van Godswege, trek hij in noordelijke richting en vestigt hij zich met zijn gezin definitief in het stadje Nazareth in Galilea. [Archelaüs maakte het zo bont dat hij na twee jaar koningschap van keizer Augustus mocht opkrassen].

Van het weinige dat de evangelies over Jozef vertellen, gaat de helft over opgejaagd worden en vluchten. Van Betlehem naar Egypte, van Egypte naar Betlehem, van Betlehem naar Nazareth. Jozef de vluchteling, om leven te beschermen van de nog zwakkeren. Waarom zouden wij hem niet als patroon van de vluchtelingen mogen beschouwen?

Marc Christiaens o.p. (Schilde)